Groenten is een verzamelnaam voor eetbare delen van planten die meestal hartig of minder zoet zijn en niet tot het fruit behoren. Hieronder vallen bijvoorbeeld wortels, bladeren, stengels, bloemen, vruchten of zaden van bepaalde planten.
Botanische en alledaagse indeling Groenten zijn meestal afkomstig van kruidachtige planten die één- of tweejarig groeien (in tegenstelling tot fruitbomen en -struiken). Ze worden één of meerdere keren per jaar geteeld en geoogst. In vergelijking met fruit bevatten groenten minder suiker en worden ze vaak gekookt, gebakken of rauw gegeten.
Voorbeelden van groentesoorten
Wortelgroenten: wortel, rode biet
Bladgroenten: spinazie, sla
Vruchtgroenten: tomaat, komkommer, paprika
Koolgroenten: bloemkool, broccoli
Ui-achtigen: ui, prei
Woordherkomst Het woord „groente“ komt van het Middelnederlandse groente of groenete, dat „groen“ of „plantaardig voedsel“ betekende.